Youngtimer: van fiscaal voordeel naar relatieve rariteit (vanaf 2027)

youngtimer voor een rood bakstenen huis

De afgelopen jaren was de youngtimer-regeling voor veel ondernemers een aantrekkelijk fiscaal hulpmiddel. Wie zakelijk reed in een auto van vijftien jaar of ouder, betaalde bijtelling over 35% van de dagwaarde in plaats van over de oorspronkelijke cataloguswaarde. In de praktijk betekende dit vaak een aanzienlijke besparing, zeker bij auto’s die technisch nog prima mee konden maar boekhoudkundig al grotendeels waren afgeschreven. Voor menig ondernemer was dat fiscaal slimmer dan het rijden van een nieuwe leaseauto.

Aan dat voordeel komt echter geleidelijk een einde.

Vanaf 1 januari 2027 wordt de youngtimerregeling namelijk fors aangescherpt. De leeftijdsgrens, die jarenlang op vijftien jaar lag en in 2026 tijdelijk wordt verhoogd naar zestien jaar, verschuift definitief naar vijfentwintig jaar. Alleen auto’s die deze leeftijd hebben bereikt, vallen dan nog onder de gunstige bijtellingsregeling.

In de praktijk betekent dit dat een groot deel van de huidige youngtimers zijn fiscale status verliest. Een auto van bijvoorbeeld achttien of twintig jaar oud wordt vanaf 2027 weer behandeld als een ‘gewone’ auto van de zaak. De bijtelling wordt dan berekend tegen 22% van de oorspronkelijke cataloguswaarde, ongeacht de actuele dagwaarde. Dat kan leiden tot een forse stijging van de fiscale lasten, terwijl de auto zelf natuurlijk niet jonger of luxer wordt.

Een voorbeeld maakt dit verschil duidelijk. Stel: een ondernemer rijdt zakelijk in een Volvo uit 2008 met een dagwaarde van circa € 8.000. Tot en met 2026 bedraagt de bijtelling 35% van die dagwaarde, oftewel ongeveer € 2.800 per jaar. Vanaf 2027 geldt echter weer de reguliere bijtelling van 22% over de oorspronkelijke cataloguswaarde, die bijvoorbeeld € 40.000 bedroeg. De jaarlijkse bijtelling loopt dan op tot € 8.800. Het fiscale nadeel ontstaat dus niet door een nieuwe aanschaf, maar puur door een wijziging in de regelgeving.

De achtergrond van deze wijziging ligt in het bredere fiscale beleid van de overheid. Er wordt budget vrijgemaakt om elektrische en emissievrije auto’s fiscaal aantrekkelijker te houden. Dat budget wordt deels gevonden door het versoberen van bestaande regelingen, waaronder die voor youngtimers. Met andere woorden: het fiscale voordeel verschuift, en oudere auto’s zonder elektrische aandrijving betalen daar de prijs voor.

Voor ondernemers betekent dit dat de komende periode cruciaal is. Auto’s tussen de vijftien en vierentwintig jaar oud blijven tot en met 2026 nog onder de huidige regeling vallen, maar verliezen die status per 1 januari 2027 zonder overgangsrecht. Alleen voertuigen van vijfentwintig jaar en ouder behouden het youngtimer-voordeel.

Wie zakelijk rijdt of overweegt een youngtimer aan te schaffen, doet er daarom verstandig aan om tijdig vooruit te kijken. In sommige situaties kan het aantrekkelijk zijn om nog gebruik te maken van de bestaande regeling. In andere gevallen is het verstandig om alternatieven te overwegen. De youngtimer verdwijnt niet, maar wordt wel een fiscale niche in plaats van een breed toepasbare oplossing.

Scroll naar boven
0

Subtotal